Simulacrum

Tijdschrift voor kunst en cultuur

Via de achterdeur naar het balkon

Katía Truijen

afbeelding-groot-2

Ik ga zitten op een kruk, maar ik bevind me op een sofa. Patrick Watson loopt de kamer binnen en doet iets op zijn laptop. Dan neemt hij plaats achter de piano, steekt een sigaret op en begint voorzichtig te spelen. Ik kijk de kamer rond en zie onuitgepakte dozen, kleren op de grond en in de hoek een slapende hond. Patrick begint te fluisterzingen en ik geloof dat ik mijn adem inhoud. Na een paar minuten tikt iemand op mijn schouder en hoor ik een stem uit een andere kamer. Ik zet mijn bril af. Het is alsof ik te vroeg wakker word. Ik wil weten hoe het afloopt, maar de tijd is om.

Ik ben weer in De Brakke Grond, in de IDFA DocLab expo waar ik via een Oculus Rift even in de studio van Patrick Watson in Montréal was. De 360 graden film Strangers with Patrick Watson (2014) van regisseurs Félix Lajeunesse en Paul Raphaël is virtual reality zonder science fiction.

Overgangen tussen fysiek, virtueel, analoog, digitaal, online en offline zijn steeds minder schokkerig, maar dat maakt het soms wel wat verwarrend. Waar ben ik ook alweer? De fysieke ruimte is doordrenkt met mediaruimte. Virtueel is net zo goed realiteit.

Volgens kunstenaar Constant Dullaart (1979) is de manier waarop we omgaan met beeld en met ruimte fundamenteel veranderd. Op het web bepalen algoritmes wat we te zien krijgen. Onze telefoons zorgen ervoor dat niets meer privé is, waardoor de betekenis van de publieke ruimte ook is getransformeerd. We bevinden ons volgens hem permanent op een soort ‘balkon’, dat zowel publiek als privé is, binnen en buiten, online en offline, een ruimte en een beweging. Die omgeving zouden we heel bewust moeten verkennen en ons eigen moeten maken.

Met zijn werk biedt Dullaart inzicht in de mechanismen van dat balkon. Zoals met zijn project 100.000 Followers for Everyone (2014), waarbij hij 2.5 miljoen ‘nepvolgers’ kocht en deze spookidentiteiten verspreidde over twitter-accounts van kunstenaars en cultuurinstellingen, totdat iedereen 100.000 volgers had. Een ander werk is Jennifer_in_Paradise (2013), de opnieuw gedistribueerde eerste gephotoshopte foto ooit. De afbeelding toont een vrouw aan het strand en werd gebruikt om uit te leggen hoe de software precies werkt. Dullaart publiceerde de foto op het web met een toegevoegde versleutelde tekst in de code van de afbeelding, zoals hackers vaak informatie met elkaar delen om ongemerkt te communiceren. Op die manier veroverde Dullaart een geheime ruimte om in te publiceren. Een ruimte die zich enorm snel via het web vermenigvuldigde.

Ook kunstenaar Paulo Cirio (1979) opereert heel inventief in de genetwerkte informatieruimte. Met zijn Street Ghosts Project (2012) plaatst hij levensgrote posters van mensen die onscherp en vervaagd zijn afgebeeld op Google Street View terug op straat. Precies op de plek waar de foto’s ooit zijn genomen door de camerawagens van Google. De ‘spoken’ confronteren ons met de aanwezigheid van alle camera’s om ons heen. We worden overal gezien.

‘This area is under 23 hour video and audio surveillance’ staat er op een bordje in het park. Voorbijgangers vragen zich af wanneer de bewakers lunchpauze hebben. Of het niet een administratieve fout is. Of dat de gemeente heeft bezuinigd. Het is een werk van kunstenaar Ahmet Ögüt (1981) die het bordje in een aantal publieke parken plaatste. Een van de voorbijgangers plaatste een foto van één van de bordjes op FailBlog, waar online verder werd gediscussieerd over alle CCTV camera’s in de stad.

Het werk van Ögüt, Dullaart en Cirio reflecteert – hoe verschillend ook – op onze extreem verknoopte hybride ruimten. Door te interveniëren in de ruimten maken deze kunstenaars ons bewust van de mechanismen, ook al kunnen we die vaak nog niet doorgronden. De projecten fungeren als een soort oriëntatiepunten in een complex landschap. Ze laten zien in wat voor omgeving we ons bewegen. En waar we ons – al dan niet bewust – nog meer bevinden. Op een kruk en een sofa. Via de achterdeur naar het balkon. [S]

Gepubliceerd in jrg. 23, nr. 3: Let’s get digital.