Simulacrum

Tijdschrift voor kunst en cultuur

Call for papers: Textiel

Redactie

Een glorieuze traditie van handgeweven tapijten ontsprong aan 17e-eeuws Perzië en beleefde in de 19e eeuw haar hoogtepunt in de Istanbulse wijk Kum Kapi. In het werk ‘fig. a, a comme alphabet’ grijpt de Koerdische kunstenaar Mekhitar Garabedian terug op het eeuwenoude, tijdrovende gebruik van het weefgetouw. Wat beschrijft en betekent deze traditie voor hedendaagse kunstenaars uit voormalig Perzië? Garabedian lijkt zich af te vragen of de Kum Kapitraditie, gedeeld door Turken en Koerden, de pijn van een traumatisch verleden kan verzachten. In het tapijt zijn tevens schrijfoefeningen voor het Armeense alfabet verwerkt: uit ‘fig. a, a comme alphabet’ spreekt een hoopvol streven om het gedeelde weven van draden, letters en gedachten opnieuw in gang te zetten.

De analogie tussen het weven van textiel en het vervlechten van woorden en gedachten is geen noviteit. Textiel wordt doorgaans niet enkel begrepen in termen van zijn materiële kwaliteit, maar ook als gecodeerde beschrijving van een historische periode of specifieke plek door de inbedding van het medium in sociale netwerken en gebruiken. De vraag is of deze codetaal ontrafeld kan worden. Zo ja, hoe, en door wie?

Steeds vaker zijn het musea die deze taak op zich nemen. Het Victoria & Albert Museum presenteerde in het najaar van 2015 de tentoonstelling Fabrics of India, waarin textiel werd beschouwd als materiële representatie van een regionale identiteit en geloofsuiting of van periodes van uitzonderlijke welvaart of politieke heerschappij. Het Tate Modern besteedde datzelfde jaar uitgebreid aandacht aan het textiel van Sonia Delaunay en in de vaste presentatie van het Stedelijk werd naast schilderijen en sculpturen ook een reeks modernistische textielontwerpen opgenomen, wat het plaatsen en duiden van de ontwerpen voor de toeschouwer vergemakkelijkte. Historische meesterwerken als het tapijt van Bayeux en de Unicorn Tapestries, die grootschalige restauraties ondergingen, kregen de afgelopen jaren eveneens hernieuwde aandacht van musea.

Bij het exposeren van textiel komt echter ook vaak de complexiteit van het medium aan de oppervlakte. Ondanks dat de nadruk niet enkel op haar materiële kwaliteiten ligt, blijft dat textielproductie van oudsher een ambacht is en haar bewerking lange tijd als feminiene bezigheid werd beschouwd. Daarvan getuigt ook het nadrukkelijke gebruik van textiel door feministische kunstenaars als Judy Chicago en de hedendaagse continuering hiervan in de vorm van zogenaamd craftivism. Net als mode wordt textiel daarom vaak nog als secundair medium benaderd. Bovendien bestaat door de drang tot decoderen ook het risico op foutieve of onachtzame interpretaties. Een voorbeeld is de veronderstelde locatiegebondenheid van prints, kleuren of productiemethoden zoals deze onder meer bij Fabrics of India werd voorgesteld en die in veel gevallen irreëel is. Dit werd ook uitgewezen in de tentoonstelling Six Yards in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem. De tentoonstelling over Vliscotextiel, dat geïnspireerd is op Indonesische batik, geproduceerd wordt in Nederland, gedragen in West-Afrika en dat in het verleden te pas en te onpas werd gebruikt door internationale modehuizen, was een testament van de complexe dynamiek van de verplaatsing, transformatie en appropriatie van textiele werkvormen. Ook thema’s die centraal staan in de hedendaagse textielindustrie maken textiel tot een moeilijk onderwerp voor exposities, zoals de betrekking van de textielindustrie met het Westerse slavernijverleden of de uitbuiting van ontwikkelingslanden. Deze en andere casussen stellen musea voor de vraag hoe toegepast textiel tentoongesteld moet worden en hoe het museum daarin de rol van tolk, maar ook van kritische interpreet op zich kan nemen.

Is het decoderen van textiel eigenlijk wel de functie van het kunstinstituut? De meest actieve vertalers van textiel zijn we immers misschien wel zelf: als dragers geven we textiel steeds opnieuw betekenis. Op de tentoonstelling The Future of Fashion in Museum Boijmans van Beuningen was, evenals op Six Yards, te zien hoe hedendaagse ontwerpers de semantiek van hun materiaal in acht nemen, maar ook bewust omvormen. Tegelijkertijd ontwikkelen we onze eigen contextgebonden code in nieuwe vormen van textiel dat groeit uit de wortels van planten of zichzelf uit magnetische vloeistof vormt. Is er misschien naast de decodering van textiel nu ook een oprekking van de definitie van dit medium in volle gang?

Discussieer mee en schrijf voor Simulacrum een artikel van 1.000, 1.400 of 1.800 woorden. Stuur ons op korte termijn een opzet toe; de deadline voor het volledige artikel is 27 november. Schrijf je liever een column (750 woorden), een interview (1.000 woorden) of ken je een kunstenaar die in ons portfolio past? Mail naar info@simulacrum.nl.