Simulacrum

Tijdschrift voor kunst en cultuur

De vlieg die door de ozonlaag vloog

Pjotr Elshout

In de galerie waren werken geëxposeerd van één kunstenaar. De foto’s van de naakte lichamen zaten in dikke en ongebruikelijk vormgegeven lijsten. Soms liet de lijst enkel een tiende van de foto vrij.

De delegatie van het Louvre was laat. Het was één van de laatste hete zomerdagen. De zon stond laag en scheen door de grote ramen van de galerie op de werken. Het ijs dat de vier champagneflessen moest koelen leek het verhaal te vertellen van de opwarming van de aarde: van een consistente ijsberg was het een plas water geworden met hier en daar een ijsschots. De eigenaar rookte buiten rusteloos een sigaret in afwachting van de delegatie. Door een oranje zonnestraal werd zichtbaar hoe de rook de galerie in kringelde. Terwijl ik wachtte, werd mijn aandacht gegrepen door een vette zwarte vlieg die in scherpe hoeken door de ruimte vloog. Aangezien ik zo verveeld was, de tiental kunstwerken stuk voor stuk tot op de millimeter had bestudeerd en ik niet op mijn telefoon durfde te kijken om de tijd te doden, was de vlieg plotseling een enorm interessant bewegend verhaal in een geënsceneerd stilleven. De vlieg vloog nooit in dezelfde baan en nooit precies hetzelfde patroon. De enige constanten waren de rechte lijnen en de onverwachte scherpe hoeken die de vlieg maakte. Juist toen ik me afvroeg wat die vlieg in ‘s hemelsnaam aan het doen was, zo vliegend naar niets, kondigde de eigenaar van de galerie de aankomst van de delegatie aan.

Plotseling was het stilleven het decor van een bruisende levendigheid. Ik ontpopte de eerste fles champagne, die zachtjes zuchtte. De eigenaar vertelde over de kunst, terwijl ik de glazen vol schonk. De leden van de delegatie luisterden naar zijn verhaal en knikten zo nu en dan stijfjes. Ondertussen overhandigde ik hen geruisloos de glazen champagne. Alles leek op rolletjes te lopen: mensen stelden vragen, meneer antwoordde, mensen knikten genoegzaam. Wat de afgetrainde, perfecte lichamen op de foto’s voorstelden vroeg niemand. Ik had graag willen aannemen dat het antwoord op die vraag te voor de hand liggend was om de vraag te stellen en dat ik simpelweg als leek in het ongewisse bleef. Ik vrees echter dat niemand wist wat die lichamen daar deden en dat het stellen van de vraag een ongemakkelijke stilte teweeg zou brengen. Ongemak, dat is iets wat in deze hoogst geciviliseerde omgeving te allen tijde wordt vermeden.

De mensen pretendeerden aandachtig te luisteren; de dames verscholen zich achter hun grote zonnebrillen om direct contact te vermijden. De driedelige pakken van de mannen waren te warm voor die dag (ik kon het weten, gezien ik er ook een droeg). Ook al zou andere, luchtigere kledij gemakkelijker zitten, het ongemak om tegen de etiquette in te gaan had waarschijnlijk niet opgewogen tegen het fysieke ongemak van een oververhit lichaam. De vrouwen droegen kokerrokken, hun nagels waren in neutrale kleuren gelakt en hun haren waren allemaal identiek asblond, steil en halflang. Alles was orde, alles was beschaafd.

Behalve die ene vlieg, die met klapperende vleugels al leven in de brouwerij bracht voordat de delegatie met haar geraffineerde praktijken van beschaafdheid het decor met haar spel vereerde. De vlieg vloog in de meest onlogische lijnen door het toneelstuk heen. Vaak boven de hoofden van de mensen, maar zo nu en dan daalde de vlieg naar de diepten van de georganiseerde benedenwereld om chaos te veroorzaken. De vrouw met de grootste donkerbruine zonnebril bracht haar glas champagne, dat ze vasthield bij de poot, langzaam naar haar lippen. Ze nam geen slok, maar nipte. Toen kwam de vlieg. Door een zorgvuldig geparfumeerde stratosfeer boorde de vlieg zich als een vallende komeet door haar ozonlaag en zoefde rakelings langs haar gezicht. Haar beschaafdheid stokte abrupt; in een reflex haalde ze uit naar de vlieg. Ik had graag geschreven dat ze de vlieg wegwuifde, zoals een fatsoenlijk mens zou doen, maar niets was minder waar. Ze probeerde de vlieg simpelweg keihard uit de lucht te meppen.

Niemand zag het verder. Een fractie van een seconde viel het doek en achter de schermen stopte het spel. Geschrokken van deze interventie, van de mogelijke ongeremde emotie van het instinct, trok haar geest aan de noodrem waardoor alle tandwielen knarsend stopten. Ze haalde adem, rechtte haar rug, haar linkerhand zakte terug naar heuphoogte en ze nipte nog een keer van haar champagne. De vlieg, die was uitgeweken voor de lompe uithaal als een magneet die je met gelijke pool op een andere magneet probeert te duwen, vloog ongemoeid verder, terug naar de hoogte.

De rust was wedergekeerd. Na een half uur verliet de delegatie de galerie. Een tiental glazen bleef halfvol achter. De eigenaar liep naar buiten en rookte wederom een sigaret; nu ontspannen. Ik begon met het opruimen van de glazen, schonk een glas champagne voor mezelf in van de fles die nog open was en keek soms naar boven, waar de vlieg zich een weg door het warme licht baande alsof ze een wiskundige formule wilde uitbeelden. Er was kunst, er was orde. Maar er was vooral een vlieg die alles aan flarden vloog.

 

Pjotr Elshout heeft de bachelor Culturele Antropologie afgerond en volgt momenteel een tweejarige minor theoretische filosofie. Naast zijn studie componeert hij pianostukken en is hij gefascineerd door de hele kleine, dagelijkse dingen die eigenlijk heel erg groot zijn.