Simulacrum

Tijdschrift voor kunst en cultuur

Jrg. 26 #2 Het Andere Dier

Redactie

Het inspuiten van paardenbloed in een mens, een museaal retrospectief voor een overleden hond, een historische tentoonstelling vanuit het perspectief van vee: in de afgelopen jaren hebben dieren via de kunst een opvallende intrede gedaan in onze menselijke, westerse wereld. Dergelijke ontmoetingen met niet-menselijke entiteiten zijn vaak ongemakkelijk, verwarrend of confronterend voor de mens. Ze roepen vragen op over onze relatie tot deze wezens, de wijze waarop we met ze samenleven en hoe we met ze (moeten) omgaan. Zijn we wellicht vervreemd van al die wezens, die we hebben geschaard onder de categorie ‘dieren’?

Waar het dier, vanuit een antropocentrisch wereldbeeld, veelal gereduceerd wordt tot ‘de ander’, tot dat wat de mens niet is, gaan auteurs en kunstenaars in dit tijdschrift op zoek naar ‘het andere dier’: een alternatieve, nieuwe manier om het dier te definiëren, benaderen en uiteindelijk te behandelen. Centraal in deze zoektocht staat voor Simulacrum de rol die kunst kan spelen bij het veranderen van ons wereldbeeld.

Het interview met Eva Meijer introduceert het thema door te reflecteren op de positie van dieren in onze maatschappij. Meijer betoogt dat wij het dier de kans ontnemen om op eerlijke wijze deel te kunnen nemen aan onze rechtsstaat. Om de positie van dieren te kunnen verbeteren, dienen ze echter ook een stem te krijgen in onze politiek. Het idee dat dit niet zou kunnen, omdat ze zich niet in taal kunnen uitdrukken, wordt bekritiseerd: dieren laten weldegelijk van zich horen, wij luisteren alleen niet.

Alice Smits laat zien hoe kunst kan fungeren als platform om deze stem van dieren te versterken, door in te gaan op het oeuvre van Terike Haapoja en Laura Gustafsson. Als duo onderzoeken deze kunstenaars hoe een samenleving eruitziet, die dieren als volwaardige individuen integreert in onze instituties. Arnon Ben-Dror analyseert in deze lijn de tentoonstelling Rester Vivant van schrijver Michel Houellebecq in Palais de Tokyo. Hierin kreeg Houellebecqs overleden gezelschapsdier een bijzonder centrale, menselijke rol toebedeeld.

Verschillende bijdragen onderzoeken daarnaast het gebied waar mens en dier samenkomen, en vervagen zo de scheidslijn tussen die twee. Portfoliokunstenaar Max Beets doet dit door ‘monsters’ te creëren: wezens die tussen de duidelijke categorieën mens en dier vallen, of juist tot allebei lijken te behoren. Zijn mysterieuze collages roepen de vraag op, waarom dergelijke hybrides als angstaanjagend gezien worden. In deze context blijkt een nadere blik op de geschiedenis betekenisvol voor het heden. Mari van Stokkum bestudeert in zijn artikel historische noties van het begrip monster. Veelzeggend is dat we vandaag de dag vaak bang zijn voor deze wezens, maar ze in het verleden goddelijke eigenschappen hebben toegedicht. Ook Lucinda Timmermans onderzoekt historische samenvoegingen van mens en dier. Haar analyse van de intrigerende maar dubbelzinnige iconografie van een aquamanile, een rijk gedecoreerde schenkkan, vertelt veel over artistieke representaties van het dier in verschillende periodes.

In het huidige tijdperk herleeft de vervloeiing tussen mens en dier, in lijn met recente ontwikkelingen in de bio-technologie, op nieuwe en vaak bizarre manieren. Dit gebeurt onder de noemer ‘bio-art’, een kunstvorm waarin kunstenaars daadwerkelijke, lichamelijke vermengingen tussen verschillende wezens onderzoeken. Auteurs Robert Zwijnenberg en Lotte Pet omschrijven in hun artikelen over dit fenomeen de extreme vormen die dergelijke experimenten kunnen aannemen, duiden de implicaties van dergelijke kunst voor het denken over de mens-dier relatie en stellen ethische vraagstukken omtrent medische wetenschap aan de kaak.

De column van Gijsje Heemskerk voegt een zeer persoonlijke invalshoek toe aan de zoektocht naar het andere dier. Zij beschrijft een wonderlijke verschuiving die heeft plaatsgevonden in haar band met gezelschapsdier Wiske. Een ontwikkeling in de relatie tot het dier vinden we ook terug in het interview met kunstenaar herman de vries, afgenomen door Cees de Boer. Op eigenzinnige en poëtische wijze neemt herman de vries de lezer mee in zijn verleden. Naast verscheidene LSD-trips, staat in dit stuk de mogelijkheid centraal om als mens van andere dieren te leren. Dit sluit treffend aan op de bijdrage die Simulacrum met dit themanummer hoopt te leveren aan het debat over de mens-dier relatie: het besef dat de zoektocht naar het andere dier ons veel kan leren over wat voor mens we zelf willen zijn, en hoe hoe we met elkaar willen omgaan.

Het nummer is vanaf nu te koop bij onze verkooppunten of bestelbaar via info@simulacrum.nl

 

Inhoudsopgave


#. The History of Others; or how to look back

Alice Smits


#. Het andere dier als politiek wezen: een interview met Eva Meijer

Marloe Mens en Luuk Vulkers


#. Het paard in mij

Robert Zwijnenberg


#. De natuur en haar monsters

Mari van Stokkum


#. Mijn kleine goeroe: in gesprek met Herman de Vries

Cees de Boer


#. Monstridae

Max Beets


#. The lion, the lady and the tree-saddle

Lucinda Timmermans


#. Exploring interspecies relationality in bioart

Lotte Pet


#. De ontologische verschuiving van Wiske’s vader

Kim David Bots, Wiske en Gijsje Heemskerk


#. All Too Human: Houellebecq’s Dog and the Aesthetics of Cuteness

Arnon Ben-Dror