Simulacrum

Tijdschrift voor kunst en cultuur

Jrg. 26 #3 Het Archief

Redactie

Archieven worden vaak gezien als verlaten en verouderde ruimtes met talloze laden, kasten en planken vol met vergeelde documenten. De archivaris baant zich telkens een weg door de stoffige gangen met de geur van oud papier en zorgt dat de logica van het systeem in tact wordt gelaten. Stoffig of niet, deze ruimte heeft de afgelopen jaren een bijzondere aantrekkingskracht op niet-archivarissen uitgeoefend. Daarmee is het archief, dat voorheen enkel de ‘bron’ was, het ‘onderwerp’ van onderzoek geworden.

De processen waarmee documentatiemateriaal in onze samenlevingen wordt verzameld, geconstrueerd en opgeslagen hebben geleid tot kritiek. De aanspraak van het archief op objectiviteit, die zijn wortels in de negentiende eeuw heeft, wordt ook steeds vaker tegengesproken. Vragen over de relatie tussen bewijs(materiaal) en geschiedenis komen niet alleen vanuit in de academische wereld, maar maken vandaag de dag ook deel uit van een lopend publiek debat. Dienen we het archief, begrepen als een transparante bewaarplaats van feitelijke informatie, als een fictie te beschouwen?
  In dit nummer onderzoeken auteurs en kunstenaars de complexe hedendaagse werkingen van het archief. De verschillende bijdragen laten om te beginnen zien dat het archief vandaag de dag meer vormen kent dan die van een ruimte vol oude papieren en stoffige historische artefacten. Zij stellen niet het fysieke, maar het  interpreterende en structurerende karakter het archief centraal. Ook komen de democratiserende mogelijkheden van het archief aan bod, samen met de kritische vraagstukken die de digitalisering van archieven met zich meebrengt.

Emily Rhodes toont hoe een hedendaagse kunstpraktijk als archief kan functioneren. In haar artikel interpreteert ze Anywhen (2017) van de Franse kunstenaar Philippe Parreno als een materialisering van de door Gilles Deleuze geformuleerde tijdstheorie. Sydney Schelvis schetst een historisch overzicht van de documentatie van geluid en laat zo zien dat de digitalisering van muziekarchieven enerzijds problematisch is, maar anderzijds ook bevrijdende mogelijkheden voor de muziekliefhebber met zich meebrengt. Tineke Reijnders beschrijft de nalatenschap van het Amsterdamse In-Out Center (actief van 1972 tot 1974) die vandaag de dag overal ter wereld toegankelijk is geworden – alleen een goede internetverbinding is vereist.

Max Bouwhuis gaat in op Documenta11 (2002), gecureerd door Okwui Enwezor, en de transformatie van moderne naar postkoloniale, hedendaagse kunstpraktijken. Dergelijke kritisch geëngageerde praktijken zijn op hun beurt zelf weer onderhevig aan forse kritieken. Christoph Chwatal bespreekt een kunstenaarsboek van Walid Raad als een ongrijpbaar archief dat meer verband houdt met het gesproken woord dan met het geschreven. Mia Lerm Hayes schrijft over de levende archieven van rebelse kunstenaars die verkeren in omstandigheden van een dictatuur, waar het ‘officiële’ archief nog steeds gemanipuleerd wordt. De netwerken waarbinnen de kunstenaars hun vaak illegale artistieke praktijk verspreiden, dienden ook als bewaarplaats. Het fragmentarische karakter van deze levende archieven is in deze gevallen een noodoplossing om het dictatoriale archief te ontduiken. Wilco Versteeg toont juist dat digitale en daardoor niet zelden efemere archieven ook een speelbal kunnen zijn van politieke machten. Hierdoor slagen zij er niet meer in om de archivale functie te vervullen: het beschermen en bewaren van (bewijs)materiaal.

Kunstenaarsduo Elena Khurtova en Marie Ilse Bourlanges (Khurtova / Bourlanges) ontwikkelde een eigen methode van archiveren. Ze onderzochten samen het archiefmateriaal van de grootvader van Marie Ilse, die onderzoek deed naar de relatie tussen sterrenconstellaties en Franse geografie. In The Sky is on The Earth (2014) wordt analoog archiefmateriaal vermengd met sculpturale inventies. Daarnaast laat kunstenaar Mirjam Linschooten zien hoe het archief als speelveld kan dienen voor speculatie en participatie. In The Museum of Found Objects (2010-2011) nodigde ze in samenwerking met Sameer Farooq het publiek uit om objecten uit de tentoonstellingsruimte te halen of ze te verplaatsen.
Het archief blijkt continu in beweging te worden gezet, wat dient als belangrijke inspiratie en vruchtbare voedingsbodem voor nieuwe invalshoeken voor academici en kunstenaars. Echter moeten we niet vergeten dat deze beweging vandaag de dag ook onzekerheden met zich meebrengt voor de toekomst. Zal het archief in de toekomst nog wel bestaan? Of zien we straks de behoudende rol van het archief oplossen in elektronische schakelingen en gegevensstromen?

Het nummer is vanaf nu te koop bij onze verkooppunten of bestelbaar via info@simulacrum.nl

 

Inhoudsopgave


#. The Archive as a Metaphor for Time

Emily Rhodes


#. Seizing Sound

Sydney A.M. Schelvis


#. Een digitaal archief

Tineke Reijnders


#. The Present is not Modern

Max Bouwhuis


#. The Sky is on the Earth

Khurtova/Bourlanges


#. Publishing as Archival Form

Christoph Chwatal


#. Living Archives

Christa-Maria Lerm Hayes


#. The Museum of Found Objects

Mirjam Linschooten


#. Het archief van de toekomst

Wilco Versteeg