Simulacrum

Tijdschrift voor kunst en cultuur

Call for Papers: Fetisj

Otto Duistermaat, Marit Holtrust en Laura Kneebone

Nancy Grossman, Male Figure, 1971

[NL]

Ben je ooit iets tegengekomen dat een onverklaarbare aantrekkingskracht op je had? Een object dat je maar niet uit je hoofd kon zetten en je deed hunkeren naar meer? Een beleving, van een geur, klank, smaak of gevoel, die een ongrijpbare tinteling of rilling van genot veroorzaakte? Fetisj is obsessie. Fetisj is fixatie, onderwerping en verslaving. Eenmaal in de ban van een fetisj blijkt deze moeilijk te onderdrukken. Er verschijnen nu vast een hoop (clichématige) voorbeelden van seksueel fetisjisme op het netvlies: naaldhakken, latex, touw, luiers, voeten. Maar ook de uitvoering van een ritueel kan object van dwangmatig verlangen zijn, denk aan Fifty Shades of Grey-achtige taferelen, vernedering of sadomasochisme. In de krochten van pornowebsites en online fora zullen zich nog veel meer onvoorstelbare fetisjismen verschuilen. Want alles kan een seksuele fetisj zijn. Maar dan ook echt alles. 

Wat betekent het eigenlijk, fetisj? Voordat het door de psychisch-seksuele uitingsvormen voorgoed met bondage of voeten werd geassocieerd, leefde het begrip al lange tijd in kunst en religie. Het woord ‘fetisj’ is terug te brengen tot het Latijnse facticius, wat in actieve zin ‘maken’ betekent, in passieve zin ‘gemaakt door de kunst’ oftewel ‘kunstmatig’. Binnen de antropologie wordt fetisjisme uitgelegd als het toeschrijven van magische of bovennatuurlijke krachten aan een bepaald ritueel of een voorwerp. 

Historicus William Pietz plaatste in zijn boek The Problem of the Fetish (1985) het ontstaan en gebruik van de antropologische term fetisjisme in koloniale context. De term werd door Europeanen in de zestiende en zeventiende eeuw gebruikt om de religieuze praktijken van Afrikaanse bevolkingen te beschrijven. Filosoof Georg Hegel beweerde dat fetisjisme getuigt van een onvermogen om abstract te denken, waarbij objecten worden verheven tot levendige en machtige fenomenen. Door de negatieve westerse houding ten overstaan van dit concept van fetisjisme werden koloniale overheersing gelegitimeerd en relaties met (kunstzinnige) objecten gelimiteerd. 

In Das Kapital (1867) introduceerde Karl Marx het begrip warenfetisjisme. Marx stelt dat er binnen de kapitalistische maatschappij waarden worden toegeschreven aan objecten, die worden uitgedrukt in termen van geld. De waarde van geld wordt daarbij als intrinsiek gezien. Volgens Marx worden ook menselijke relaties in termen van geld gemeten en als gevolg daarvan geobjectificeerd. Het menselijk collectief maakt van het eigen subject een object – een handelsartikel. Binnen het kapitalistisch systeem vormt geld de collectief gedeelde fetisj.

In seksueel fetisjisme wordt fetisjisme lange tijd begrepen als de projectie van seksueel verlangen op een non-genitaal object of ritueel om tot seksuele bevrediging te komen als gevolg van een onverwerkt trauma of seksuele ervaring uit de jeugd. Sigmund Freud introduceerde deze theorie in zijn korte doch controversiële essay, Fetishism (1923). De psychoanalyticus stelt dat een fetisj vrijwel altijd voortkomt uit mannelijke castratieangst en een daarmee verbonden angst voor het vrouwelijk geslachtsdeel. 

Zo ook gingen de surrealisten in de jaren dertig middels kunst en literatuur in het onderbewustzijn op zoek naar seksuele verlangens en trauma’s. Een vaak ingezette tactiek was het onderzoeken van de relatie tussen object, onderbewustzijn en lichamelijkheid. ‘Het Surrealistisch Object’ werd daarbij gezien als de fysieke manifestatie van een onderbewust verlangen. Ook de surrealist Man Ray liet zijn seksuele verlangens zijn kunst binnentreden. Voor het werk Venus Restored (1936) wikkelde hij een sculptuur van de klassieke Venus van Milo in met ruw touw. Man Ray zag, net als zijn voorgangers en tijdgenoten, het vrouwelijk lichaam als onuitputtelijke artistieke inspiratiebron en object van seksueel verlangen. 

Feministische critici en theoretici zoals Laura Mulvey trachten de onderliggende machtsstructuren van fetisjisme bloot te leggen. Zo blijken vaak vrouwen slachtoffer te zijn van objectificatie, fetisjisme en de (gewelddadige) seksuele fantasieën van mannelijke kunstenaars. In 1975 populariseerde en problematiseerde filmtheoreticus Laura Mulvey het concept van de male gaze met haar publicatie “Visual Pleasure and the Narrative Cinema”, voortbouwend op theoretici zoals Jacques Lacan en Michel Foucault, die eerder al concepten als gaze en scopophilia introduceerde. Mulvey signaleerde een maatschappelijk gedeeld en genormaliseerd fetisjisme voor de vrouw als seksueel dienend object. Daarmee stelt ze ook dat objectificatie onontkoombaar is bij het projecteren van fetisj. 

Hedendaags kunstenaar Kat Toronto brengt op haar Instagram (@missmeatface) de fetisj-fantasie van een in latex verpakte sexpopje tot leven. Zij ziet objectificatie juist als een bevrijding van de beklemmende grenzen van vrouwelijke seksualiteit. ‘Through the fetish masks and attire, I was able to take away my identity as a woman and become a blank canvas. It allowed me to transcend the black and white world of male and female, and become an object.’ (⁠https://www.instagram.com/p/B3rTx3nhuj5/) In haar publicatie “A Thing Like You and Me”, vraagt ook filmmaker Hito Steyler zich af wat er mis is met objectificatie: ‘Why not be a thing? An object without a subject? A thing among other things? A thing that feels.’ (https://www.e-flux.com/journal/15/61298/a-thing-like-you-and-me/

De studie naar fetisjisme is bovenal een studie naar de menselijke relatie met ‘dingen’, de sociale waarde en de mystificatie van objecten. Fetisjisme kan misschien vergeleken worden met een vorm van animisme: het geloof in de bezieling van niet-levende objecten. Met zijn boek What Do Pictures Want? The Lives and Loves of Images (2004), pleit de Amerikaanse kunsthistoricus William Mitchell voor het teruggeven van levendigheid aan kunstzinnige objecten. Demonisering van fetisjisme, zoals ontstaan in koloniale tijden, moet doorbroken worden. Wanneer men de schaamte van fetisjisme haalt, zal zij een hernieuwde waardering voor de dingen om ons heen ontwikkelen – de dingen zullen weer tot leven komen, de kunst zal weer een ziel krijgen. 

Heb jij een fetisj voor fetisjisme? Schrijf voor Simulacrum een artikel van 1.000, 1.400 of 1.800 woorden. Stuur ons op korte termijn een opzet toe; de deadline voor het volledige artikel is 24 november 2019. Schrijf je liever een column (750 woorden), een interview (1.000 woorden) of ken je een kunstenaar die in dit nummer van Simulacrum past? Mail naar info@simulacrum.nl, gelieve artikelen in te sturen als .doc of .docx bestanden en portfolio’s als PDF. Auteursinstructies vind je hier.

[EN]

Have you ever encountered something that aroused an inexplicable attraction? An object or incident that you were unable to put out of your mind and made you crave for more? A specific odor, sound, taste or touch that caused an elusive tingling or a shiver of pleasure? Fetish is obsession. Fetish is fixation, submission and addiction. Once under the spell of a fetish, they prove difficult to suppress. Think of fetishes and a lot of (clichéd) objects of sexual fetishism will likely come to mind: stiletto heels, latex, rope, diapers, feet. The performing of a ritual could also be object of compulsive desire, think Fifty Shades of Gray-like scenes, humiliation or sadomasochism. Dive into the hidden corners of the internet and one will encounter many more – often unimaginable – fetishes. Because anything can be the object of a sexual fetish. Anything.

But what does fetishism actually mean?  Before it was ever associated with bondage or a love of feet in a psycho-sexual context, the term had long been in use in the fields of art and religion. The word ‘fetish’ can be traced back to the Latin facticius, which in an active sense means ‘to make’, in a passive sense ‘made by art’ or ‘artificial’. Within anthropology, fetishism is explained as the attribution of magical or supernatural powers to a certain ritual or object.

Historian William Pietz puts the origin and use of the anthropological term ‘fetishism’ in a colonial context in his book The Problem of the Fetish (1985). The term was utilised by Europeans in the sixteenth and seventeenth centuries to describe the religious practices of African populations. Philosopher Georg Hegel claimed that fetishism bears witness to an inability of abstract thinking, in which objects are perceived as living and powerful phenomena. And so, the Western concept of fetishism was an asset that legitimised colonial rule and limited relationships with (artistic) objects.

In Das Kapital (1867), Karl Marx introduces the concept of commodity fetishism. Marx states that in capitalist society, certain values are attributed to objects that are expressed in terms of money. The value of money is thereby seen as intrinsic. According to Marx, human relationships are also measured in terms of money and objectified as a result. The human collective turns its own subject into an object – a commodity. Within the capitalist system, money is the collectively shared fetish.

Fetishism in sexual terms is often understood as the projection of sexual desire on a non-genital object or ritual in order to get satisfaction. This practice of obtaining sexual satisfaction is thought to be the result of an unprocessed trauma or a sexual experience in ones youth. It was Sigmund Freud who first posited this theory in his short but controversial essay Fetishism (1923). In this essay the psychoanalytic furthermore states that a fetish is almost always the result of the male fear of castration and the related fear for the female genital organ. 

Related to these ideas, surrealists in the 1930’s through art and literature looked for sexual desires and traumas in the unconsciousness. An often employed tactic was researching the relationship between object, unconsciousness and corporality. ‘The Surrealist Object’ was seen as the physical manifestation of an unconscious desire. In this way, surrealist Man Ray too let his sexual desire enter his art. An example of this practice is his 1936 work Venus Restored. In this work, he wound up a replica of the classic Venus de Milo with course rope. Together with a lot of his contemporary artists and generations of artists before him, Man Ray saw the female body as an inexhaustible artistic source of inspiration and an object of sexual desire. 

Feminist critics like Laura Mulvey and Griselda Pollock tried to uncover the underlying power structures of fetishism. They are for example almost always female bodies that become the victim of objectification, fetishism and the (violent) sexual fantasies of male artists. In her 1975 publication “Visual Pleasure and the Narrative Cinema”, film theorist Laura Mulvey popularises and problematises the concept of the male gaze, building on theorists like Jacques Lacan and Michel Foucault, who introduced concepts like gaze and scopophilia before her. Mulvey observes a societally shared and normalised fetishism in which women are serving objects. Through this she sees objectification as an inevitable result of projecting fetishes. 

On her Instagram (@missmeatface), contemporary artist Kat Toronto brings to life the fetishistic fantasy of the sex doll wrapped in latex. She perceives objectification as a freeing experience from the oppressive limits of female sexuality. ‘Through the fetish masks and attire, I was able to take away my identity as a woman and become a blank canvas. It allowed me to transcend the black and white world of male and female, and become an object.’ (https://www.instagram.com/p/B3rTx3nhuj5/) In her publication “A thing like you and me”, filmmaker Hito Steyerl, too, questions why we think of objectification as wrong: ‘Why not be a thing? An object without a subject? A thing among other things? A thing that feels.’ (https://www.e-flux.com/journal/15/61298/a-thing-like-you-and-me/)

The study of fetishism is above all a foray into the human relationship with ‘things’, a study of the social value and the mystification of objects. Fetishism could perhaps be compared to a form of animism: the attribution of a living soul within inanimate objects. In his book “What Do Pictures Want? The Lives and Loves of Images”, American art historian William Mitchell advocates for the returning of liveliness to artistic objects. This might be achieved by breaking through the demonising of fetishism, which originated during colonial times. Once we rid fetishism of its sense of shame, a new appreciation for the things surrounding us will develop – things will come alive, and art will reclaim a soul again.

Do you have a fetish for fetishism? Write an article of 1.000, 1.400 or 1.800 words for Simulacrum. Send us an outline as soon as you are able to; the deadline for the entire article is November 24th, 2019. Would you rather write a column (750 words), an interview (1.000 words) or do you know an artist who might fit this issue of Simulacrum? Mail us at info@simulacrum.nl, articles can be submitted as .doc or .docx files, portfolios as PDF’s. Instructions for authors can be found here.