Simulacrum

Tijdschrift voor kunst en cultuur

Jrg. 28 #2 Fetisj

Redactie

Denk aan fetisj, en een hoop clichématige taferelen dienen zich aan: voeten, furries, latex, zweepjes en handboeien zijn misschien wel de sterkste associaties die door de term worden opgeroepen. Daarbij worden fetisjisten vaak afgeschilderd als machteloos verslaafd aan hun fetisj of weggezet als ziekgeestige sadisten. Veel van deze denkbeelden komen voort uit het gedachtegoed van Hegel, Marx en Freud, die het verschijnsel ‘fetisj’ elk op een eigen manier hebben geduid. De betekenissen die zij aan het begrip meegaven, zijn echter onmiskenbaar geworteld in een koloniaal, mannelijk, hetero- en cis-seksueel perspectief en bevlekken het theoretisch begrip van fetisjisme nog altijd. In contrast hiermee, lijkt seksueel fetisjisme in de praktijk vooral te floreren binnen inclusieve en diverse queer gemeenschappen waar de acceptatie en omarming van verschillende vormen van seksualiteit centraal staan. Fetisjisme is daarmee een rijk verschijnsel dat zich niet altijd eenzijdig laat duiden of theoretiseren, maar een dat laat ervaren en beleven.

Door het veelzijdige gebruik en begrip van de term, is denken met en over fetisj een spannende exercitie. De verschillende contexten waarbinnen de term voorkomt, lopen nu weer naadloos in elkaar over en staan dan weer diametraal tegenover elkaar. Deze onoverzichtelijke en gefragmenteerde veelheid aan betekenissen, kan het verlangen oproepen om de verschillende betekenissen van fetisj in kaart te brengen, of om op zoek te gaan naar een eenduidig, overkoepelend aspect dat alle betekenissen verenigt. Hoewel zo’n zoektocht wellicht enige behulpzame orde zou kunnen scheppen, doet het ook juist teniet wat fetisj als thema interessant maakt: haar onvoorspelbaarheid. Het huidige nummer van Simulacrum laat daarom de levendigheid van ‘fetisj’ de vrije loop, door allerlei verschillende invalshoeken naast elkaar te laten bestaan. 

Te beginnen met het artikel ‘To Take One’s Breath’ van M. Maria Walhout, dat deels leest als het verslag van een persoonlijke ervaring van ‘asphyxiation’ en deels als een theoretische duiding van deze ervaring binnen een queer-christelijke context. Walhout neemt de lezer mee op een ontdekkingstocht naar de betekenis van ademhaling. Hoofdredacteur Anne-Rieke van Schaik onderzoekt vervolgens de voorliefde voor wiskundige 3D-modellen van surrealisten in de jaren dertig, geïncorporeerd in boekillustraties vervaardigd door Max Ernst. Geïnspireerd op Freuds idee van fetisjisme als de obsessieve zoektocht naar een object dat de mannelijke angst voor vrouwelijke genitaliën weg kan nemen, werpt Van Schaik nieuw licht op de ogenschijnlijke tegenstelling tussen surrealisme en wiskunde.

Bont, nylon, leer, latex en kant zijn allemaal materialen die veelvuldig met fetisjkleding worden geassocieerd. De specifieke manier waarop deze materialen de ervaring van een lichaam kunnen veranderen, is het onderwerp van ‘Stofjes waar je wild van wordt.’ Oud-redacteur Else Siemerink licht een tip van de sluier van het spannende spel dat kledingstuk, drager, materiaal en toeschouwer onderling spelen. Dat dit spel zich nooit volledig zal laten begrijpen, laten de kledingstukken van kunstenaar Sien van Look zien. De muizenhuiden die daarin verwerkt zijn roepen tegenstrijdige associaties op tussen fobie en fascinatie met de kleine wezentjes.

Hoe zou het zijn om een van Sien van Looks kledingstukken te dragen? In haar tekst ‘Meditatief fetisjisme,’ een antropologisch onderzoek naar de Amsterdamse club Church, onderzoekt Laura Krabbe de non-seksuele betekenissen van fetisjkleding. Krabbe legt hierin de nadruk op de zintuiglijke, in plaats van slechts op de cognitieve benadering van fetisjisme. Net als Krabbe vindt ook illustrator en striptekenaar Lucky Versloot een fetisjistische ervaring in Amsterdam. Als groot Ajax-supporter kent hij een ongeremde en fantasievolle liefde voor sterspeler Klaas-Jan Huntelaar. In zijn strips onderzoekt Versloot de betekenissen en vormen van seksualiteit in popcultuur en vindt hij seksueel verlangen in zowel het niet geïdealiseerde als het onverwachte.  

Met ‘Consuming Cuteness’ wijst eindredacteur Marit Holtrust op de problematische zijde van de fetisjering van het kwetsbare en het schattige. In haar artikel onderzoekt ze artistieke praktijken waarin shojo, Japanse schoolmeisjes, op fetisjistische wijze figureren. Op deze manier vestigt ze de aandacht op de onderliggende machtsverhoudingen binnen kawaii-culture. In haar fotografische werk en begeleidende tekst, schept ook Ida Glitre voor zichzelf een ruimte om de subversieve rol van het jeugdige en het meisjesachtige te verkennen. Dit doet ze door zichzelf te verliezen in haar vertelling van ‘A Girl Named Puppy.’ Middels poëzie fantaseert ze hoe de transformatie tot onderworpen pup een ultieme vrijheid aan een meisje kan bieden, waarbij ‘pet’ of ‘puppy play’ meer wordt dan iets strict seksueels.

Terug bij de boekillustraties werpt Maaike Rikhof een blik op een serie tekeningen van Auguste Rodin. De tekeningen verschenen als illustraties bij Octave Mirbeaus roman ‘The Torture Garden,’ waarin Mirbeau afschuwelijke daden van marteling beschrijft als zijnde prachtige bloemen. In Rodins beeltenissen vervaagt de grens tussen sadisme en erotiek. In het afsluitende stuk van dit nummer stelt Hannah Pezzack kritische vragen over de queerness van seks zoals beoefend door verschillende insecten en de betekenis van seksueel plezier en voortplanting in het Antropoceen. Kunstenaar Joey Holder onderzoekt deze spanning middels plastic dildo’s die gebaseerd zijn op insectengenetalia, die niet alleen de dichotomie van mens en natuur op losse schroeven zetten, maar ook taboes over seks door en met het niet-menselijke zichtbaar maken. Voorzichtigheid is echter geboden: als materiaal penetreert plastic haar omgeving ook zonder consent.

De veelheid aan manieren waarop een fetisj kan worden ervaren, lijkt begrip of theorievorming te ontstijgen. Dit nummer van Simulacrum is dan ook te beschouwen als een ode aan de diversiteit van fetisjisme, een viering van de mogelijkheid om fascinatie en genot te vinden in zowel het schijnbaar alledaagse als het absurde. Fetisjisme stelt ons in staat een andere blik te werpen op de dingen om ons heen, om onze eigen grenzen te verleggen, een open houding aan te nemen en nieuwe relaties aan te gaan. Het nadenken over fetisjisme kan daarmee niet alleen inzichten bieden over de meest innerlijke verlangens, maar ook licht schijnen op de problematiek binnen relaties die vaak gepaard gaan met ongelijke machtsverhouding, objectificatie en subversie. Zo biedt fetisjisme niet alleen een platform voor verkenning van seksualiteit, maar ook van de relaties met alles om ons heen.