Simulacrum

Tijdschrift voor kunst en cultuur

Jrg. 29 #1 Levenswerk

admin

EDITORIAL (English below)

Samen met de rest van de Nederlandse kunstwereld waren wij op zaterdag 31 oktober getuige van het barsten van een bom, ontstoken door het in de NRC gepubliceerde onderzoek van Lucette ter Borg en Carola Houtekamer. De onthullingen over seksueel geweld en ander grensoverschrijdend gedrag door een succesvolle kunstenaar maken ons niet alleen pijnlijk bewust van zijn daden, maar ook van de manier waarop structureel de alarmbellen rondom zijn gedrag zijn genegeerd. Het aannemen van een ‘onaangepaste persoonlijkheid’ leverde hem zelfs extra egards op bij de kunstacademie waar van een ‘echte kunstenaar’ werd gesproken. De mythe waar dit persona bij hoort, die van de kunstenaar als archetypische ‘bad boy’ die zich op zijn heilige artistieke reis door geen grenzen laat tegenhouden, heeft nog altijd een prominente positie in de kunstwereld. De structurele bevestiging door kunstacademies, musea, galeries en het publiek van dit imago als staande voor ‘interessante kunst,’ toont op schrijnende wijze hoe binnen de huidige kunstwereld dit persona van deze mythe profiteert. 

Dit nummer van Simulacrum staat in het teken van de relatie tussen het leven van de kunstenaar en diens werk. In het licht van de recente gebeurtenissen zien we dat het scheiden van werk en leven een luxe is die we ons binnen de huidige kunstwereld niet altijd kunnen permitteren. De manieren waarop leven en werk met elkaar zijn verstrengeld, zijn ongelofelijk complex en onderhevig aan bestaande machtsstructuren. Een kritische beschouwing van de biografische benadering is dan essentieel.

Een van de grootste hedendaagse autoriteiten op het gebied van biografisch kunstonderzoek is Sandra Kisters, wiens boek The Lure of the Biographical (2017) onlangs werd geëerd met de prestigieuze Karel van Manderprijs. In dit nummer vertelt Kisters over haar onderzoeksproces dat haar tot een methode bracht die niet alleen een ‘Return of the Author’ maar ook van diens omgeving behelst. Julia Alting wijst ons echter op een te symbiotische benadering van werk en leven bij Frida Kahlo. Door haar levensverhaal de interpretaties van haar werk te laten domineren, wordt wederom de vrouwelijke kunstenaar teruggedrongen tot de private sfeer doordat haar werk wordt losgekoppeld van de politieke context. Een eenzijdige lezing ligt dan op de loer. De vele komische Kahlo-parafernalia, zoals de sok op de voorkant die aan Alting zelf toebehoort, zijn dus wellicht minder onschuldig dan ze op het eerste gezicht lijken. 

Op een haast intuïtieve manier laat Luca Penning, zelf kunstenaar, de afstand tussen kunstenaar en werk weer vervagen. ‘Traces of work slowly trickle into life. Or is it supposed to be the other way around?’ vraagt ze ons. Als kunst wordt geboren vanuit de binnenwereld, wanneer is dan het moment dat de navelstreng wordt doorgeknipt en het werk onafhankelijk van de maker gaat leven?
 

Esther Scholtes onderzoekt hoe betekenis vormgegeven wordt vanuit de materialiteit van het fotografisch medium binnen het oeuvre van Ed van der Elsken (1925-1990) dat tot en met 10 januari 2021 te zien is in de tentoonstelling Ed van der Elsken: Crazy World in het Rijksmuseum. In haar artikel toont zij hoe de kunstenaar werd gestuurd vanuit zijn artistieke en persoonlijke obsessie met de camera, en hoe binnen de fotografie de grenzen tussen auteur, medium en kunstwerk continu invloed op elkaar uitoefenen.

Ook in het werk van Claire Bamplekou staan de grenzen tussen leven en kunstwerk, handeling en performance centraal. In haar Meditation Notes reflecteert zij op de continu veranderende relaties tussen zelf, omgeving en de rol van ons bewustzijn. Deze fragmenten vormen een intiem logboek over subject en object, en tonen de verstrengeling van het materiële, alledaagse en het ongrijpbare, spirituele aspect van kunst. Het beeld van de tot zichzelf gekeerde, teruggetrokken kunstenaar wordt door Matisse Huiskens in twijfel getrokken. Hij laat zien hoe Giorgio Morandi (1890-1964) door musea en curatoren verbeeld wordt als een aan huis en atelier gekluisterde kunstenaar, een mythe die structureel gereproduceerd wordt tot waarheid en zijn fascistische sympathieën en politieke opvattingen daarmee de geschiedenis uit schrijft.

De sturende structuren van de kunstwereld staan een vrije artistieke praktijk altijd in de weg. Ontsnappen is vaak nauwelijks een optie. In een fragment uit haar boek , you asshole. (2016) verkent Alina Lupu de implicaties van Lee Lozano’s (1930-1999) enigszins nihilistische poging tot het maken van een werkelijk vrij kunstwerk: volledig verdwijnen uit de kunstwereld. ‘Does that then turn you into a saint or just a regular piece of shit?’ Ook Gerjan Piksen wil vrijheid. Ondervraagd door Désirée Kroep over zijn ‘systeem om aan systemen te ontsnappen’ wordt echter heel gauw duidelijk hoe lastig het is om als kunstenaar je identiteit af te zweren. Toch blijkt uit Piksens praktijk ook hoe de wil tot vrije creativiteit niet slechts naïef idealistisch is, maar ook een goede stimulans om de eigen identiteit kritisch te bestuderen en er vervolgens betekenisvol van af te wijken.
 

Bas Blaasse neemt ons tot slot mee in een ambitieus experiment waarin de mogelijkheid van een gebalanceerde relatie tussen toeschouwer, kunstwerk en kunstenaar wordt onderzocht. Misschien hoeft de auteur niet volledig te verdwijnen uit zijn werk om genoeg ruimte te creëren voor zowel de schrijver als de interpretatie van de lezer.
 

Van de grote omvang Frida Kahlo-parafernalia, via het afwijzen van de kunstwereld als kunstwerk, tot de terreur die vanuit het ‘bad boy’ imago wordt goedgepraat; de manieren waarop het kunstenaarspersona zich manifesteert zijn ongelofelijk complex. We hopen dat de artikelen in dit nummer bijdragen aan een kritische beschouwing van de bestaande ideeën omtrent de rol van de kunstenaar binnen onze samenleving. 


ENGLISH

On Saturday October 31st we witnessed, together with the rest of the (Dutch) art world, the shocking revelations of assault by a prominent Dutch artist, brought to attention in NRC by the research of Lucette ter Borg and Carola Houtekamer.1 The detailed accounts of sexual assault and rape do not just emphasize the sickening nature of the events, but also the the continuous dismissal of the victims’ reports. Certain behaviour was even credited as being ‘creative’ and ‘unique’ during the artists’ time at the art academy. The myth that is attributed to his persona – that of the ‘bad boy’ artist who behaves recklessly and disregards all boundaries for the sake of creating art – still has a firm hold within the current art world. The structural confirmation by art academies, institutions, galleries, museums and the audience of his persona as producing ‘interesting art’ shows us how to this day, this person profits from the proliferation of the myth afforded to him.

This issue of Simulacrum is centred around the layered relations between the artist, life and work. In light of recent news, we can conclude that the distinction between ‘art’ and ‘life’ is sadly enough one we cannot always afford to make within the current reality of the art world. The many ways in which art and life are entangled are extremely complex and subject to existing power relations. A critical review of the way we read biography into art is therefore essential. 

A renowned researcher in the field of the biographical is Sandra Kisters, whose book The Lure of the Biographical (2017) was recently awarded the prestigious Karel van Mander Prize. In her article, she elaborates on her process in developing a method of research that incorporates both the ‘Return of the Author’ as well as the influence of the artists’ environment. Julia Alting draws our attention to an overly symbiotic reading of the life and work of Frida Kahlo. By allowing her life to dominate her work, the artist is reduced to the domestic sphere and cut loose from the political context that her work relates to and comments on. This results in a tilted reading of her artwork and its political relevance. The abundance of Kahlo-parafernalia, such as the sock that graces the cover and belongs to Alting herself, might be less innocent than assumed at first sight.

The spaces between process and work morph into each other almost intuitively in the writings of Luca Penning, also an artist herself. ‘Traces of work slowly trickle into life. Or is it supposed to be the other way around?’ she asks. If an idea is birthed from within, when is the moment that it grows into a body of its own?

Esther Scholtes investigates how meaning is created from within the materiality of the medium of photography in relation to the work of Ed van der Elsken (1925-1990), currently on show at Rijksmuseum in the exhibition Ed van der Elsken: Crazy World. In her article she shows how the artists’ work was shaped from within his personal and artistic obsession with the camera, and how within the medium of photography artist, medium and work constantly influence each other. 

The work of Claire Bamplekou revolves around redefining the boundaries between life and work, photography and performance. In her Meditation Notes she reflects on the constantly changing relations between self, surrounding and the role of our awareness. The fragments of text form an intimate diary about subject and object, to show how the more material, mundane and the spiritual, ephemeral aspects of art are delicately intertwined. 

The image of the introverted, withdrawn artist is placed in a different light by Matisse Huiskens. He shows how the artist-as-hermit persona of Giorgio Morandi (1890-1964) as presented by museums, curators and art historians alike, exists as a solidly constructed myth which conveniently disregards the artists’ involvement with the fascist movement and its racist politics. 

The stifling structures of the art world always stand in the way of a free artistic practice. Escape is often not an option. In a chapter from her book , you asshole. (2016) Alina Lupu explores the implications of Lee Lozano’s (1930-1999) attempt at creating a truly free art piece by documenting her disappearance from the art world. ‘Does that then turn you into a saint or just a regular piece of shit?’ Gerjan Piksen also pursues freedom. In conversation with Désirée Kroep about a way to disband your artistic identity, we quickly discover that his ‘system’ is not easily escaped. Yet his practice exposes that the desire for artistic freedom is not merely naive idealism, as it can provide the breeding ground for a critical look at one’s own identity, and fruitful new ways to deviate from it. 

We end with an ambitious experiment by Bas Blaasse, in which a potential new balance between artist, audience, and artwork is explored. Maybe the ‘death’ of the author is not a prerequisite for the creation of a space where there is enough room for the interpretations of both the author and the reader. 

From the broad range of Frida Kahlo-parafernalia, through the refusal of the art world as ‘piece’, to the justification of outrageous behaviour in line with the ‘bad boy’ persona; the many ways in which the myth of the artist manifests itself are extremely complex. We hope that the articles in this issue contribute to a critical reading of existing ideas surrounding the artists’ persona and their role within our society.