Simulacrum

Tijdschrift voor kunst en cultuur

Jrg. 29 #3 Stilte

admin

Am I the only one constantly blaming myself for not being as productive as I should?

Onlangs ontvingen wij een mail met een enquête omtrent angstgevoelens en stress onder studenten. Wellicht haastig geopend, gescand en daarna snel vergeten, was het in onze overvolle mailbox snel over het hoofd gezien als spam – maar terwijl de eerste stilte van de lockdown langzaam overging in de verstikkende sensatie van verstild raken, bleef de druk om te presteren nog altijd alomtegenwoordig. Het onderscheid tussen werk en thuis, beschikbaar en vrij, wordt steeds lastiger te ervaren. ‘Soms voelt het alsof zorgen voor onszelf een guilty pleasure is… onbewust stellen we een burn-out-gevoel gelijk aan een goede student zijn.’ 

Stilte en verstilling zijn schaars en zelfs in het omarmen ervan blijven we ons schuldig voelen, zowel uitgedaagd als verlangend naar de ruimte die stilte biedt en indruist tegen de constante verwachting om altijd maar beschikbaar en productief te zijn. Hoewel stilte ons misschien niet kan beschermen, wijst Audre Lorde ons erop dat ‘zorgen voor onszelf geen overbodige luxe is, maar zelfbescherming, en een manier van politieke oorlogsvoering.’ Verlangzaming en stilte bieden ons ruimtes voor verzet tegen de 24-uurs maatschappij, maar ook een plek waar we nader tot onszelf kunnen komen. De persoonlijke insteek van veel van de teksten uit dit nummer toont hoe broodnodig dit is. ‘In de verveling leert de mens zijn grenzen te overschrijden, omdat hij zich ten overstaan van de leegte van zijn oude overtuigingen en meningen ontdoet.’ 

Joke Hermsens “Een stilte waarin we kunnen groeien” leest als een manifest voor stilte, waarin Hermsen zoekt naar de waarde van dit schaars geworden goed. In een samenleving waarin efficiëntie wordt verafgood, is er nauwelijks nog ruimte voor stilte, waardoor we er vervreemd van raken. Hermsen ziet echter hoop in de esthetische ervaring die kunst kan brengen: hier is nog wel stilte te vinden, sterker nog, ‘stilte is een onderschatte levenswaarde.’

Patricia Nistors “Being audible and being agitated” neemt de vorm aan van een verontwaardigde brief aan de redactie – aan ons. Onze call for papers stelde dat teksten vaak het resultaat zijn van stilte; Nistor reageert op dit statement met een hybride tekst die reflecties op precaire werkomstandigheden in een neoliberale laat-kapitalistische samenleving verweeft met haar eigen ervaringen. Een tekst die de ophaaldag van het grofvuil moeiteloos verbindt met Mark Fisher, en Adorno met Marie Kondo.

‘Silence equals death’ is een terugkerende vergelijking in Amelia Groom’s “Silence on the Record.” Haar tekst onderzoekt activistisch kunstcollectief Ultra-Red en de manier waarop hun werk op de stilte rondom de AIDS crisis reflecteert. Geïnspireerd door het werk van filosoof Paulo Freire, betoogt Ultra-red een herwaardering en politisering van stilte.

Luca Pennings script “that afternoon is het resultaat van een reeks gedichten die vertaald zijn tot een spoken word performance. Doordat het script hier wederom verstild is tot een autonome tekst, keren de poëtische elementen terug. Subtekstuele stilte is aanwezig in al haar woorden terwijl zij al zoekend de leegte beschrijft.

De verstilling van het thuiszitten gedurende de huidige lockdown is tastbaar in de tekst van Nadeche Remst, die ingaat op de ervaring van de ‘tijd als duur.’ Net als in A Man Asleep, begint zij haar tekst met een quote van Kafka: ‘Je hoeft het huis niet uit te gaan. Blijf aan je tafel en luister.’ Henri Bergson en Georges Perec stelt zij tegenover het werk Time is an Arrow, Error (2020) van beeldend kunstenaar Katja Mater. Een selectie uit deze serie van 79 ‘klokken,’ gemaakt in de  periode van maart tot mei 2020, vormen de artistieke bijdrage in het midden van dit nummer. Wijzers verstrengelen zich en cijfers lopen door elkaar in een poging het samenvloeien van de dagen en het verlies van een ‘lineair’ besef van tijd te visualiseren. 

Julie Yu neemt in haar tekst het concept van de ‘prompt’ als uitgangspunt om op subtiele wijze de hiërarchie tussen hoofd- en voettekst te ontmantelen. Door te spelen met de inherente lineariteit van het lezen en de plaatsing van de tekst binnen het kader van de pagina, gidst Yu de lezer langs verschillende ruimtes en tijden en laat daarbij continu nieuwe connecties ontstaan. Of, zoals ze ons eraan herinnert, ‘Let us not forget that writing is also happening.’ 

Guy Livingston neemt ons mee naar de Notre Dame en een echovrije kamer, om zijn ervaringen van stilte in verschillende ruimtes gestalte te geven. Livingston verkent de verschillen tussen een ruimte die oneindig lijkt na te galmen en de ‘neutrale leegte’ van een akoestisch negatieve plek, waar elk geluid doodslaat. Beiden blijken uitermate geschikt voor een intense beleving van stilte. 

In plaats van een lichamelijke ervaring, reflecteert Patience Williams in een reeks korte meditaties op de effecten van stilte op onze geest. Als ze van de Verenigde Staten naar Nederland verhuist, beseft ze dat ze kan beslissen hoe ze de stilte die haar in een nieuwe woonplaats overspoelt benadert. Overgangsperiodes vragen om verstilling; Williams wijst  ons erop dat ‘waar stilte is, kansen zijn.’

Kan een taal die tot zwijgen is gebracht opnieuw spreken? In “Knotted Matter, Absent Words” ontwart Laura Kneebone de quipus – een Inca communicatiemethode van geknoopte koorden – in het werk van de Chileense kunstenaar Cecilia Vicuña. In de context van postkoloniaal Latijns-Amerika ‘spreken’ de knopen in een kennissysteem dat het zwijgen is opgelegd door het imperialisme. Kneebone betoogt dat Vicuña’s werk hiermee een derde ruimte inneemt, waar kritische theorie en inheemse epistemologie elkaar raken.

Vertrekkend vanuit een gezichtspunt van ongeveer twee jaar geleden, op de nulmeridiaan in Greenwich Park in Londen, beziet Julia Alting hoe tijdsopvattingen ruimtelijk worden ingericht. Concepties van tijd zijn nooit neutraal, maar herbergen hiërarchieën en machtsstructuren. Mondiaal kapitalisme maakt het ‘wereldwijde heden’ krap – maar om ‘op de plaats rust’ te kunnen nemen heb je wel eerst grond onder je voeten nodig. 

Time, which sees to everything, has provided the solution, despite yourself.
Time, that knows the answer, has continued to flow.
Terwijl we verwoed op allerlei manieren proberen onszelf, elkaar en onze tijd te beheren, wacht de stilte misschien altijd af, tot het moment komt dat we stoppen met praten. Want ‘het is een opluchting om niets te zeggen te hebben, om het recht te hebben niets te zeggen, want alleen dan bestaat er de kans dat we het zeldzame, en nog zeldzamere ding dat de moeite waard is om uit te spreken, kunnen vatten.’